steun-de-film
 

Wild Geraas 2.0

 

Heidens Europa

Reizen met de duivel

 
 

Roetzwarte mannen wijzen de weg naar onze oorsprong

Aanvang van een avontuurlijke ontdekkingsreis

  • Een quest naar geluk
  • Primitieve rituelen
  • Een verborgen schat

Een onderzoeksproject, vervolg op WildGeraas 1, plus een internationale documentaire serie.

WildGeraas 1 (2016) was een op zichzelf staande documentaire. Directe aanleiding voor deze eerste film: de actualiteit. De ontplofte polemiek rond Zwarte Piet, ook wel ‘de Zwarte Piet discussie’ genoemd.

Een nieuw licht op de zaak

WildGeraas 2.0 gaat veel verder dan deel 1. De camera is getuige, onderzoekt en levert overweldigend bewijs. Van andere werelden, waarin zwartgemaakte mannen en een grijsaard een belangrijke rol spelen. Tot tienduizenden jaren terug, tot de gemeenschappelijke oorsprong van inheemse volkeren op vijf continenten. Het wild geraas van onze voorouders klinkt er nog.

WildGeraas 2.0 omvat veel meer dan een film. Meer dan dertig jaar onderzoek is er aan het project vooraf gegaan.

‘Mijn onderzoek naar de ware oorsprong van Sint en zijn begeleider heeft sinds WildGeraas 1 in 2016 niet stil gestaan.’ aldus Arnold-Jan Scheer. ‘Er zijn nieuwe ontdekkingsreizen gemaakt en academische contacten ontstaan, niet alleen met Nederlandse academici, maar ook met hoogleraren in Engeland, Frankrijk en de VS. Met nieuwe inzichten. De meesten van hen zijn het er over eens dat de Sinterklaasgebruiken die nu in Wild Geraas 1 te zien zijn, middeleeuws of ouder zijn. Wellicht zelfs ouder dan Sint Nicolaas zelf. Ze gaan terug op oeroude Indo-Europese rituelen rond met roet zwart geverfde mannen en een grijsaard die geschenken brengt.’

Intussen heeft de identiteitscrisis rond de bondgenoot van de Sint een behoorlijk diepe kloof geslagen in de Nederlandse samenleving. Sommigen vinden dat het tijd is om de balans op te maken, maar WildGeraas 2.0 laat zien dat je eerst de feiten moet kennen. Ook buiten de Nederlandse bubbel.

We hoeven er geen geheim van te maken dat er veel anonieme donaties waren voor de crowdfund van WildGeraas 1. Van 500 € tot duizenden. Het streefbedrag werd in 2014 in een recordtijd (ook voor Cinecrowd) van 12 dagen gehaald. (https://cinecrowd.com/nl/zwartgemaakt?page=1). En de verkoop van de film in 2016 op internet, Bol.com en Mediamarkt was een groot succes. Alleen de omroepen weigeren Wild Geraas tot op heden uit te zenden. Het laat zien hoe diep de zaak zit en hoe grondig partijen zich ingegraven hebben.

Dit najaar verschijnen er twee nieuwe boeken in Nederland. Op 26 oktober: ‘De Identiteitscrisis van Zwarte Piet’ en in België (Sint Niklaas) op 14 november: ’De Zaak van Sinterklaas’. Het laatste gaat over Sint Nicolaas zelf, de absoluut belangrijkste heilige van Rusland, de Balkan en Middeleeuws Europa. Een botje van zijn skelet, dat na 1000 jaar van Paus Franciscus zijn graf in Bari mocht verlaten, trok naast het Kremlin in Moskou en later in Sint Petersburg miljoenen orthodoxe christenen. Poetin sloeg er drie kruizen boven en luchtkuste de schrijn.

De Nationale intocht in Nederland vindt 2017 op 18 november in Dokkum plaats, met eraan verbonden een tentoonstelling, georganiseerd door drie jonge historici. Een pikante plek. Sint Bonifatius is er in 754 terechtgesteld door Friezen, hoewel de Roomse kerk altijd volhield dat het een roofoverval betrof. Bisschoppen waren ijverige bekeerders die heidense heiligdommen onteerden. Daar stond naar Germaans recht de doodstraf op.

Het omgekeerde gebeurde van wat de anti-Zwarte Piet-lobby in 2013 wilde: de verdwijning van Zwarte Piet. De historie van Sinterklaas en zijn bondgenoot mag zich van de weeromstuit in steeds grotere interesse bij het grote publiek verheugen.

Het geheim van de zonnewende maskerade

‘Mijn eigen Europese reizen begonnen toen ik meer dan 20 jaar geleden, vlak voor 5 december, ieder jaar van huis vertrok met een kleine amateur-camera op zak. Tegenwoordig filmen collega-documentairemaker Roy Dames en ik op bioscoopkwaliteit. 5, 6 en 31 december zijn belangrijke data, maar ook 13 januari, het oude jaarbegin dat sommige Zwitserse dalen nog aanhouden en de dagen voorafgaand aan de vastentijd alsmede het jaarbegin van oude volkeren als Perzen op 21 maart. Omdat we maar op één plaats tegelijk kunnen zijn, zouden we eigenlijk in meerdere ploegen moeten filmen. Ik zou verder willen onderzoeken en filmen in de Balkan, de Pyreneeën en op Sardinië bij voorbeeld. En eigenlijk interesseert die wijze Bisschop me nog het minst, het zijn roetzwarte mannen met berenkoppen, hertengeweien en bokshoorns die veel interessanter zijn.’

Fysiek reizen in de prehistorie? Dat kan door de Bisschop te volgen. In de Middeleeuwen werd de Krampus de vaste begeleider van de Heilige Nicolaas. Als duo zijn ze in Oostenrijk en Tsjechië rond 5 december nog volop aanwezig.

Toen op het Concilie van Toledo 477 de duivel door de aanwezige Bisschoppen was gepersonifieerd als een bok, die ervóór de vele duizenden jaren oude vruchtbaarheidscultus van het oude heidense geloof moest vervangen, werd vanaf dat moment de Middeleeuwse Roomse duivel geboren. De kerk verbrak daarmee het pact met de dieren dat sinds de tijd van jagers/verzamelaars had bestaan. Een relatie die altijd heilig was geweest. De positie van de dieren was daarmee problematisch geworden. Het respect was weg en het natuurgeloof werd gedemoniseerd.

Een tweede begeleider in Europa van de Sint is een met roet zwartgemaakte figuur. Vooral in Italiaans Tirol en langs de Rijn treedt hij nog steeds op. Hij heeft overal verschillende namen, in Italië heet hij bij voorbeeld duivel of Moor, in Zwitserland Schmutzli en bij ons Zwarte Piet.

‘Via die oude Rijnroute kwam hij in ons land terecht, vooral via kooplui. In Tsjechië, Oostenrijk, Zwitserland en Frankrijk draagt hij tot op de dag van vandaag een roe, net als tot in de 50er jaren in België en Nederland. Ik ken hem van binnenuit, als ervaringsdeskundige; speelde in de 60er jaren Zwarte Piet voor de kinderen van de musici van het concertgebouw-orkest, op scholen en later voor de kinderen en volwassenen van de Amsterdamse onderwereld. Zwarte Piet draagt van oudsher een zak, waarin hij wie de regels van kerk aan zijn laars lapt (zich misdraagt), dreigt te ontvoeren. En elders vaak bellen of klokken. Het is goed om niet alleen naar zijn uiterlijk maar ook naar zijn gedrag te kijken. We hebben het in honderden uren film vastgelegd. In Noord Italië slaat hij de boosdoeners met een zweep. Zowel de Italiaanse en Zwitserse Piet (duivel) als de Oostenrijks en Tsjechische Krampus sleept met kettingen. Die verwijzen naar de prehistorie, niet naar slavernij.’

Dat slaan met roe, runderhoorn, varkensblaas of zweep is oeroud. Nog tot in Romeins christelijke tijd werden ieder jaar op 14 januari, het einde van de winter, tijdens de 'Lupercalia' (wolf festivals) vrouwen geslagen met leren riemen, waarvan gedacht werd dat hen vruchtbaar maakte. Door de Luperci, vrijwel naakte priesters in bokkenvellen.

In 494 was deze rite nog springlevend, tot Paus Gelasius het toen verbood in een brief aan Senator Andromachus: ‘Als je beweert dat dit gezond is, doe het dan zelf op die oude manier en ren zelf naakt rond, zodat je je flink belachelijk maakt’. Gelasius kerstende dit gebruik tot Valentijns dag, dat we allemaal kennen, nu om uiting aan verliefdheid te geven. Deskundigen voeren de Lupercalia terug tot de Griekse Pan-cultus. Het was het wekken van de natuur die in de winter, toen de zon en dus de tijd stil leek te staan en de groeikracht ondergronds was gegaan. Soortgelijke gebruiken zag ik de laatste 30 jaar in heel Europa tijdens Sint Nicolaas-rituelen en filmde ze 20 jaar voor Wild Geraas.
De schoorsteenmythe, kennen ze ook op veel plekken in Europa.

Tot ver in Azië ontdek ik dezelfde patronen: mannen met door roet zwartgemaakte gezichten die dieren uitbeelden. Dionysisch aandoende rituelen die de overgang van de winter naar het voorjaar, van oud naar nieuw leven uitbeelden. Vuur, roet, wijn, bloed, de kleuren rood en zwart, extase. Sint Nicolaas’ duivelse compagnons blazen tot op de Wadden op runderhoorns. Ze slaan omstanders met zwepen of hoorns. Vaak veegt Sints zwarte begeleider met zijn gezicht roet af aan de gezichten van vooral meisjes, een vorm van contact magie, het besmetten met vruchtbaarheid. Overal betekent het geluk brengen. In Grieks Macedonië zegt men: ‘Wie niet zwart is, heeft geen gelukkig jaar.’

Ook in Amsterdam trokken jaarlijks, nog tot in de negentiende eeuw ‘Zwarte Sinterklazen’, langs de huizen, ‘maakten met schoorsteenkettingen een afgrijselijke muziek op de straatkeien’ bonsden op ruiten en belaagden de meisjes. Idem dito op de Veluwe. Daar hadden deze Zwarte Klazen een zwart gezicht, een baard, een hoge hoed met een belletje, een takken bezem en weer een ketting aan het been. Op ook het platteland van de provincie Antwerpen trokken mannen met zwartgemaakte gezichten rond, waarvan één een een masker met een baard van geitenvel voorhad. Precies hetzelfde tafereel zag ik begin dit jaar, 2017 op Sardinië: mannen als grijsaards verkleed, naast anderen die zich door met olie of vet gemengd roet dekkend zwart hadden gemaakt.

In het aan Nederland grenzende Westfalen namen vermomde mannen afscheid van het jaar door op 'schimmels' te stijgen’, schrijft de Duitse etnoloog Richard Wolfram in 1937. ‘Om met zweepknallen, geluid uit koehoorns, nagebootst hondengeblaf door het dorp te trekken en zich in de boerderijen te laten onthalen. De aanvoerder, der Wüder (een dialectnaam voor Wodan) zat met een zwart gemaakt gezicht en een pelsmuts aan tafel, terwijl hij met zijn ene hand een koehoorn, vasthield, waaraan hij ter zijner tijd onheilspellende klanken ontlokte... Kort voor middernacht gaf der Wüder een teken en was het als bij toverslag stil. Allen verlieten de schuur en kort daarop bestegen zij hun schimmel, een raamwerk met een paardenkop, met een wit laken bedekt.’ Ook die paardfiguur gaat jaarlijks nog overal rond. ‘Opeens brak een hels spektakel los, zweepslagen, geluid uit koehoorns en hondengeblaf. In het Zwarte Woud vertelt men over het ‚dodenheir' (dodenleger), waarvan de aanvoerder een zwart gezicht had.’

Waarom roet- en diervermommingen?
De voorouders en het roet.

Meestal worden in deze boerengebruiken dieren uitgebeeld die al duizenden jaren geleden, in de tijd van jagers/verzamelaars van levensbelang waren: wolven, beren, geweidieren en mannelijke geiten. Als, nu nog, een diermasker over het gezicht gedragen wordt, dan is de drager zelfs onder het masker vaak met roet zwartgemaakt. Dat is opmerkelijk, maar in prehistorisch licht niet verwonderlijk. Roet en diervermommingen stonden in nauwe relatie met de doden, de overleden voorouders.

 
 

De Italiaanse cultuurhistoricus, professor Carlo Ginzburg (universiteiten Bologna en California) die een studie maakte van de aan hem persoonlijk door het Vaticaan vrijgegeven rapporten van inquisitie-processen in Friuli: ‘Men heeft gesuggereerd dat de dierengevechten in de kunst van nomadenvolkeren.’ (beren, herten wolven) gevechten uitbeelden tussen de in dieren veranderde geesten van de Euraziatische sjamanen.’ Sjamanen maken en reis in trance naar de dodenwereld om met kennis en genezing terug te keren. Ook de Lupercalia-ceremonie voltrok zich tijdens negen dagen waarin volgens de Romeinse kalender de doden ronddoolden en zich voedden met de gerechten de levenden voor hen bereidden.

Ginzburg: ‘De dieren zijn de geesten van de strijders.’ ‘Ook in Europa geloofde men dat de zielen der doden vooral rond de jaarwisseling onder de levenden vertoefden, tijdens de twaalf nachten tussen Kerst en Driekoningen’ Tacitus (de Romeinse geschiedschrijver) vergeleek de Chatten (een Germaanse stam aan de Oder) met een dodenleger (exits ferialis), omdat ze ‘met zwartgeverfde schilden en gezichten ten strijde trokken om hun vijanden angst in te boezemen’. aldus de Nederlandse volkskunde onderzoeker Farwerck.
Ginzburg: ’De gevechten werden gehouden om de vruchtbaarheid van de velden te verzekeren’ Ook voor de oude Egyptenaren waren de dieren de zielen van de overledenen.

Reeds in de vijfde eeuw voor Christus. sprak de grondlegger van de geschiedschrijving Herodotus over mensen die zich op gezette tijden in wolven konden veranderen. En nu nog zeggen de bewoners van de Pyreneeën Catalanen, maar vooral ook Basken dat de mens van de beer afstamt, een geloof dat volgens de Amerikaanse Professor Roslyn Frank uit de tijd van jagers verzamelaars stamt. Overal in Europa film ik echo’s van deze oeroude rituelen, met gevechten om de groei in natuur te heroveren.Op Sardinië, in de Pyreneeën, in Engeland, maar ook tijdens Nederland tijdens Sinterklaasfeesten waar buitenstaanders geweerd worden. Ze vinden nog jaarlijks plaats en zullen ook in Wild Geraas 2.0 te zien zijn. En meestal is daar ook een grijsaard aanwezig, als in ons Sinterklaasfeest.

Dan is er nog de kwestie van die gouden oorringen

Vanaf de 3e eeuw werd in het Middellandse Zeegebied de Moor een mythische figuur. Een heilige zelfs (Sint Mauritius), held, schutspatroon van de Keizers van het Heilige Roomse Rijk. Vandaar dat die Moor nog vaak op wapenschilden in Duitsland en Zwitserland staat afgebeeld. Ook in Spanje, in Italië, op Sardinië en Corsica was de Moor eeuwenlang iconisch, als handelspartner en als vijand.

’Wat doet zwarte Piet in Tirol?’ vraagt Dr. Guus Kroonen Indo-Europees taalwetenschapper aan de universiteit van Kopenhagen op wetenschapsplatform: Academia.edu. ‘Vaak wordt beweerd dat de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman de “Moorse page” min of meer zelf heeft bedacht in 1850 in zijn boekje Sint Nikolaas en zijn knecht.’ Maar ‘dat Zwarte Piet zomaar uit de lucht kwam vallen is echter niet waarschijnlijk. Ook in 1836 maakte folklorist Van den Bergh al gewag van “den zwarten knecht van St. Nikolaas met kettingen, die de kinders verschrikt”. Kroonen valt de treffende gelijkenissen van de Moor met de page uit het boekje van Schenkman op. ‘De naam Zwarte Piet vinden we ook nog terug op een lijst van duivels en weerwolven uit 1766.’ zegt hij. ‘Schenkman putte in zijn boekje dus duidelijk uit reeds bestaande tradities.’

Daarnaast merkt hij op: ’Omdat deze morentradities tot diep in de Alpen te vinden zijn kunnen ze onmogelijk door de Nederlandse cultuur zijn beïnvloed. Het ligt dus ook niet voor de hand dat Schenkmans zwarte page spontaan in Nederland is ontstaan, zoals nu algemeen wordt aangenomen, laat staan dat hij door Jan Schenkman zelf is bedacht. Hij is eerder een voortzetting van een ouder, continentaal‐ Europees gebruik, dat nu grotendeels verdwenen is.’

En dan concludeert hij dat de ‘huidige Zwarte Piet een versmelting is van de oude Zwarte Klaas met de Moorse begeleider,’ inderdaad begin 19e eeuw of iets eerder.’

Historicus Marleen de Vries, gespecialiseerd in de 19e eeuw schetst het beeld dat men in Europa van de Moor had: ‘In de 19e eeuw wist iedereen hoe een Moor of mohammedaan er uitzag o.a. dankzij de ‘gapers’ bij apotheken. Daarop staan ze afgebeeld als ‘onze’Piet, dus met kroeshaar, volle lippen en gouden oorringen. In niet-koloniale landen als Duitsland en Zwitserland, zien ze er trouwens precies zo uit.’

‘Zou Piet een slaaf zijn geweest, dan zou hij heel anders in het boekje van Schenkman terecht zijn gekomen, namelijk naakt of met een piepklein lendedoekje. Zo althans werden slaven steevast afgebeeld in negentiende eeuwse bronnen.’ Moren zelf waren waren geen slaven, eerder slavenhandelaren. Berekend is dat ze in de zeventiende eeuw in Europa tot op IJsland meer dan een miljoen slaven maakten. Ook professor Helsloot van het Meertens instituut merkt op dat de Moor in de eerste druk van Schenkman doet denken aan een Noord Afrikaan.

Dat Schenkman zijn knecht van Sint Nicolaas modelleerde naar de Moor, wordt mij in 2016 overduidelijk tijdens het filmen in Noord Italië (Vipiteno), Het valt me op dat de Moren daar precies hetzelfde pakje dragen als de ‘knecht’ van de Sint in het eerste boekje van Schenkman. En ook daar is hij de helper (en chauffeur) van Sint Nicolaas. Hij vertegenwoordigt er het goede (naast de Krampussen het kwaad). Zwarte Piet blijkt uit een mengsel van deze twee samengesteld, een hybride wezen, net als Sinterklaas overigens. Ze bestaan uit verschillende Europese invloeden en lagen. Het zijn archetypen. Het 17e eeuwse stereotiep van deze mythische Moor bereikte uit Italië en Spanje via kooplui ook Amsterdam (en mengde zich vanaf de helft van de 18e eeuw) dus met die andere exotische met roet zwartgemaakte figuur die aan het rookgat luisterde en pas in 1868 Zwarte Piet ging heten.

De trickster

‘Als onderzoeker op het gebied van de Indo-Europese talen en culturen raakt de discussie ook aan mijn vakgebied. Op het spoor gebracht door een opinieartikel van Arnold-Jan Scheer in de Volkskrant stuitte ik op de Iraanse brenger van het Nieuwjaar, Hadzji Firoez, die treffende gelijkenissen vertoont met Zwarte Piet, zowel in historisch als typologisch opzicht’, schrijft Dr. Kroonen op Academia.edu.

‘Het feest stamt uit de polytheïstische traditie van vóór de islam, het Zoroastrisme.’ ‘Het relevantst voor de Nederlandse discussie over Zwarte Piet is dat Hadzji Firoez een zwart gezicht heeft. De redenen die daarvoor gegeven worden komen op zijn zachtst gezegd nogal bekend voor… …De centrale rol van het vuur doet misschien niet geheel toevallig denken aan die van de haard in het sinterklaasfeest. Kinderen zetten al zingend (biddend) hun schoentje bij de haard in de hoop dat hun geschenken (offergaves) worden aangenomen, en dat ze er lekkers (voorspoed) voor terugkrijgen.’ ‚Daarnaast kan de kleur zwart symbool staan voor de dood en de levenloosheid van de natuur tijdens de winter. Hadzji Firoez zou dan een demon zijn die is teruggekeerd uit de onderwereld.’ Maar nog frappanter. Firoez wordt tijdens de jaarwisseling gevolgd door een grijsaard die geschenken brengt.

Kroonen: ’Bij de Osseten, een Iraans volk uit de Kaukasus, bij de festiviteiten rond hun jaarwisseling in januari‚ wordt er tijdens de Duivelsnacht (Hajradzhity ahsav ) een bok geofferd en een nachtelijk feestmaal aangericht. Tijdens dat maal moet iedereen het huis uit om de demonen ongestoord te laten eten. Hiervoor zijn ook weer veel bekende parallellen in Europa te vinden’ Haji Firoez is de in het rood geklede bewaker ervan. Zijn taak is het om de mensen op te roepen hun oude spullen, zoals kleren te verbranden (zoals ik ook op 17 januari tijdens Sint Antonius op Mallorca vaststelde) om hun leven te vernieuwen en energie uit het vuur te ontvangen. Kroonen: 'Zijn zwarte kleur wordt, naar wordt verteld en geschreven, veroorzaakt door de hitte van het heilig vuur'.

Prominent Perzisch historicus, Mehrdad Bahar († 1994) meende dat Firoez is ontstaan uit riten en mythen die afstammen van de Sumerische vegetatiegod Tammuz. Zijn zwarte gezicht symboliseert zijn terugkeer uit de dood, het weerkerend sjamanistisch thema tijdens dit soort feesten. Ook tijdens deze Sumerische rituelen werden gezichten zwart gemaakt. Door zich met roet in te smeren, verbond men zich met de wereld van de voorouders. Nog voor de Middeleeuwen werd dat het roet uit de schoorsteen.

‘Historisch interessant is dat de mythologische parallellen erop kunnen wijzen dat zowel Zwarte Piet als Hadzji Firoez stammen van een gemeenschappelijk archetype.’ zegt Dr. Kroonen. ‘Het Nederlands en Iraans zijn verwante talen die allebei uiteindelijk teruggaan op de gemeenschappelijke cultuur van de Indo-Europeanen, die ongeveer vijfduizend jaar geleden de Russische steppes bewoonden….’

Het karakter van Zwarte Piet zowel als Firoez is dat van de nar, die de spot drijft met het gezag. Hij probeert te ontregelen. Net als de moderne cabarettier in het kielzog van Wim Kan. Er zou een directe lijn lopen tussen Firoez en de middeleeuwse hofnar. Onderzoek van de Leidse Professor Dr. Judi Mesman toont aan dat ook kinderen Zwarte Pieten inderdaad meer met clowns associëren dan met etnisch verschil. Ze noemen hem aardig en slim.

Piet is een exoot en dus een buitenstaander. Een mengsel van lagen en invloeden. Hij is oriëntaals, een Turk, een Saraceen, een Moor, een Roomse duivel. Een nog oudere laag: een nar en bezoeker uit de dodenwereld.

Hij blijkt geen slachtofferrol, maar een heldenrol te spelen. Hij houdt ons een spiegel voor. Stelt het gezag aan de kaak, maakt het bespottelijk, brengt geluk.

Leids Afrikanist Dr. Louise Muller: ‘Sint is de vertegenwoordiger van het moreel gezag, Zwarte Piet test de wet. Daardoor leert hij kinderen hoe het wel en niet hoort. Hij heeft dus een belangrijke functie in de samenleving.’ Hij is de ongrijpbare knecht van Sinterklaas, zijn vrolijke tegenhanger, Tijl Uijlenspiegel, Jack Sparrow, Arlequino (die ook een zwartgemaakt gezicht heeft), de sjamaan, de duivel zoals Rome hem afschilderde, de genezer. Hij is altijd sluwer dan de clerus, de magistraten, de intellectuelen, de mensen op posities. Hij laat zich niet temmen. Hij duikt steeds weer op. Hij is ongrijpbaar. Hij is van het volk.

Reizen met Sint en Piet leiden naar ons collectieve onderbewustzijn.